15 Testeisen update

Als eerste bleek dat de weerstand op een foutieve manier gemeten werd. De multimeter werd op de sample aangesloten, waarna vervolgens de weerstand werd gemeten. Doordat het hier echter om een zeer lage weerstand gaat, is de kans op een meetfout reëel. Een meetfout kan ontstaan doordat de meetsnoeren en de contactpunten zelf ook een weerstand hebben. Deze weerstanden worden met deze methode ook gemeten. Om dit probleem op te lossen, moet er een vierpuntsmeting worden uitgevoerd. Deze vierpuntsmeting wordt uitgevoerd volgens de NEN-EN 16812 norm.

Foute manier van weerstand testen.

Om een vierpuntsmeting uit te voeren, wordt de aan de uiteindes van de sample een stroombron aangesloten. Deze stroombron heeft een vooraf ingestelde stroom van 0.5 ampère (I) en een spanning van 6 volt (U). Over de sample wordt met een multimeter het verval in volt gemeten (Uverval). Om een zo nauwkeurig mogelijke meting uit te voeren, wordt er gemeten in millivolt. Echter moet er bij het noteren hiervan wel rekening worden gehouden met het feit dat de spanning in de berekening in volt dient te zijn. De door de multimeter weergegeven waarde moet daarom worden gedeeld door een factor 1.000. De waarde van Uverval wordt vervolgens genomen om de weerstand te kunnen berekenen met de berekening R=Uverval/I, waar R de weerstand is in Ohm (Siteworkers BV, 2017)1).
Vierpuntsmeting: op de linker multimeter is de hoeveelheid ampère af te lezen en op de rechter het verval in millivolt.

Het getal dat eruit komt, is de totale weerstand over het gemeten stuk. Als eerst dient er een nulmeting te worden gedaan, om te controleren of de weerstand is toegenomen, gelijk is gebleven of eventueel zelfs is afgenomen.