Binnen het lectoraat wordt er gebruik gemaakt van twee 3D-printers, namelijk de Do It YourSelf (DIYS) Cartesio en de Cartesio W. De DIYS is een open printer waarbij men gemakkelijk het printbed kan benaderen. De Cartesio W heeft een rode bekisting eromheen. Het nadeel van deze printer is dat het printbed niet rondom te benaderen is. De Cartesio W heeft als voordeel dat men met twee printkoppen tegelijk kan printen.


Om wegwijs te geraken met de software en de 3D-printers, heb ik eerst gekeken naar het naslagwerk van mijn voorgangers. Tom Jeuring en Maurits Maks hebben eerder stage bij het lectoraat gelopen. Tijdens hun stages hebben zij reeds het een en ander gedocumenteerd over de 3D-printers, waarbij vooral Tom een aantal handleidingen heeft gemaakt. Deze handleidingen zijn niet alleen handig bij het leren kennen van de software en de apparatuur, maar ook bij het maken van de videotutorials.
Aan de hand van deze handleidingen was ik redelijk goed in staat om bekend te worden met Repetier-Host. Repetier-host is software waarmee men bestanden om kan zetten in G-code. Ook kan men hiermee FDM 3D-printers aansturen (Repetier Software, 2017)1). De combinatie van de handleidingen en het feit dat de interface van deze software duidelijk en gemakkelijk in de omgang is, maakt dat ik snel vertrouwd raak met het programma.

Als eerste is er geprint met de Cartesio. Onderaan deze post is een filmpje over het printen met de Cartesio. Het filament wat in deze printer zat, was Soft PLA. Dit soort PLA is flexibel en niet zo stug als gewoon PLA. Bij het selecteren van de instellingen, liep ik tegen het eerste knelpunt aan: door een oerwoud aan printinstellingen, was het voor mij niet duidelijk welke ik precies moest kiezen. Om toch de goede instellingen te kunnen kiezen, heb ik eerst onderzoek verricht op het internet.
Uit dit onderzoek is gebleken dat Soft PLA het beste geprint kan worden met een temperatuur tussen de 220 en de 240 graden Celsius. De temperatuur is iets hoger dan bij het gebruik van reguliere PLA, omdat hierdoor de Soft PLA beter smelt en op de volgende laag hecht (MatterHackers, 2017)2). Daarnaast wordt aangeraden om met een langzamere printsnelheid te printen dan bij het reguliere PLA. Tot slot wordt er aanbevolen om de flow op 125% te zetten (Michael, 2017)3).

Na geprint te hebben met de aanbevolen instellingen, heb ik gekeken wat het resultaat is als er met de verschillende printerinstellingen wordt gevarieerd. Hierdoor zijn er een aantal verschillende prints uit de machine gekomen: de kwaliteit van deze prints varieert van matig tot redelijk.

Doordat het printen met Soft PLA toch lastiger is dan verwacht, is er overgestapt om eerst goed te printen met gewoon PLA. Ook bij PLA is er met wisselende instellingen geprint, wat eveneens geleid heeft tot variërende resultaten.

Nadat het duidelijk was hoe de software werkt en op welke manier deze reageert, is er de overstap gemaakt naar de DIYS printer. Deze printer stond al klaar om te printen met Filaflex filament. Aangezien printen met flexibel filament lastiger is dan met gewoon filament, wilde ik eerst de software goed begrijpen voordat er geprint werd met het flexibele filament. Hiervoor zijn ook een aantal prints gemaakt met de verschillende instellingen die voor Filaflex aanwezig waren. Daarnaast is er ook een test gedaan met doorzichtig Filaflex.

