Tijdens Elektronica op textiel is ontdekt dat het bevestigen van de garen op textiel niet geheel naar wens verloopt. De garen waren niet overal even goed bedekt en hierdoor kunnen er in de toekomst problemen ontstaan, bijvoorbeeld kortsluiting. Om te kijken welke dikte van de printlagen gewenst is als bescherming, zijn er een aantal testprintjes op textiel gedaan. Elke test is zes centimeter lang.
De onderlaag in het voorbeeld heeft een dikte van 0.6 mm en een hoogte van 0.4 mm. De ruimte tussen de randen van laag twee is 1.2 mm. Deze ruimte is meer dan voldoende want de garen heeft een dikte van 0.5 mm. De totale breedte van beide banen is 2.4 mm. Dit houdt in dat elke geprinte rand een dikte heeft van 0.6 mm. De hoogte is hierbij ook 0.4 mm. Bij de bovenste laag zit er een verschil in het ontwerp van de bloem (Maurits) en het ontwerp van het jasje (Marijke). Bij de bloem is de breedte 3 mm en bij het jasje is de breedte 1.8 mm. De hoogte van deze laag is ook weer 0.4 mm.
Bij het ontwerp van de bloem komt de bovenste laag aan beide kanten voorbij de onderste twee lagen en bij het ontwerp van het jasje valt deze er ruim binnen. Voor deze test worden er een aantal aanpassingen gemaakt. Het printen van drie verschillende lagen wordt teruggebracht naar twee lagen. De onderste laag en de tweede laag worden samengevoegd.


Om te onderzoeken welke dikte er nodig is om de garen goed te beschermen, worden er testprints gedaan met verschillende diktes. De eerste test heeft een dikte van 0.4 mm rondom. Bij iedere volgende test komt er 0.2 mm bij, waarbij de laatste testprint een dikte heeft van 1.4 mm. De Z offset van de printer is 0.2 mm.

Beoordeling na het printen van de eerste laag
Bij de testprint van 0.4 mm is het textiel er nog doorheen te zien. Hierdoor lijkt deze testprint aan de dunne kant om ook echt waterdicht te zijn. De testprint van 0.6 mm ziet er goed uit. Het textiel komt niet door de onderste laag heen en er is een mooi spoor zichtbaar om de garen in te leggen. De 0.8 mm testprint is wat breder dan de 0.6 mm testprint. Hierdoor lijkt het gootje voor de garen minder diep te zijn. Bij de 1.0 mm-versie komt het overeen met de 0.8 mm-versie. Bij de 1.2 mm-versie is duidelijk te zien dat deze mooi dik is. Het nadeel hierbij is, is dat de goot deels dicht gevloeid is. Hierdoor is het nog maar de vraag of het mogelijk is om de garen erin te plaatsen. Bij de 1.4 mm testprint zit de goot bijna helemaal dicht. Het is duidelijk dat deze te dik en te hoog is om de garen er goed in te kunnen plaatsen. Ondanks dat de goot bijna dicht zit, zal er wel geprobeerd om de garen erin te leggen. Echter lijkt het op dit moment al zeker dat deze versie afvalt.
Plaatsen van de geleidende draden
Om te controleren of de weerstand van de draden hoger is na het plaatsen, wordt eerst de weerstand van een kale draad gemeten. De lengte van de draad bedraagt ongeveer 6.5 cm. Eenzelfde afstand wordt verder in deze test ook aangehouden. De weerstand van de draad bedraagt voor het plaatsen 1,1 Ω (Ohm). Nu worden de draden geplaatst in de geprinte banen.

Na het plaatsen van de draden is de weerstand op nieuw gemeten. Hier is duidelijk de afstand zichtbaar waarop gemeten wordt. Deze afstand is namelijk de groene rand om de gootjes heen. De weerstand van de draden is onveranderd gebleven, namelijk 1,1 Ω. Dat er geen verandering in weerstand optreedt, is ook wenselijk. Nu deze meting gedaan is, kan de bovenste laag geprint worden.
Bij de test moet manueel met de machine gekeken worden wat de Z offset moet zijn. Deze Z offset houdt in dat de nozzle extra afstand neemt van het printbed. Aangezien het textiel een bepaalde dikte heeft, en elke baan ook weer een andere dikte heeft, moet dit per baan onderzocht worden. Zodoende kan per baan ingesteld worden wat de hoogte moet worden.
Printen afdeklaag
Wat als eerste opvalt is dat het textiel niet goed terug geplaatst is. Hierdoor is er bij de eerste banen een kleine afwijking ontstaan, welke later aangepast is. Tevens was de baan van 0.4 mm niet helemaal goed geprint. Verder was het lastig om de juiste hoogte in te stellen. Dit kwam doordat het garen toch boven op de goot lag, in plaats van erin. Hierdoor is het garen niet overal even egaal afgedekt. Daarbij komt dat het garen nog gedeeltelijk zichtbaar is op de plekken waar deze wel goed afgedekt zijn. Bij de overige banen is het garen goed afgedekt. De banen van de 1.2 mm en vooral 1.4 mm zijn vrij fors en groot. De flexibiliteit bij deze banen valt mee, maar is toch beduidend minder dan die van de kleinere varianten. Tevens is er bij deze versies nog een beetje ruimte naast de draden, waar eventueel water langs kan stromen. Hierom wordt er niet voor de 1.2 mm en de 1.4 mm gekozen. Om de flexibiliteit zo hoog mogelijk te houden, is het beste om voor de dunste en mooiste optie te kiezen. Dit blijkt de 0.6 mm versie te zijn. Tevens is de weerstand van het garen onveranderd, de weerstand blijft 1.1 ohm.

Voor de testen met het wassen en buigen wordt er gekozen voor de 0.6 mm versie.