12 Testeisen

Om een test goed uit te kunnen voeren, is het van belang dat deze steeds op dezelfde manier wordt uitgevoerd en dat deze reproduceerbaar is. Bij deze test wordt er gemeten met een Voltcraft VC270 green-line multimeter. Om een goede eenduidige uitslag te krijgen, zijn er meerdere meetmomenten, te weten: vóór het plaatsen van de draden, nadat de draden in de gootjes zijn gelegd en aangestipt, na het afdekken met de printer en steeds na iedere was- en buigtest.

Wastest
Voor de wastest bestaat er een ISO-norm. Deze wastest specificeert vijf methoden om te bepalen of de kleur van het textiel goed blijft. Deze methoden variëren van mild tot zwaar en zijn voor huishoudelijke producten. De ISO-norm is alleen ontwikkeld voor kleurbehoud. De wastesten worden uitgevoerd met óf alleen zeep óf zeep en soda (Siteworkers BV, 2017)1).

Doordat het een test betreft die over kleurbehoud gaat, en niet over weerstand bij elektronica, is deze test niet bedoeld voor dit project. Deze test heeft een vaste procedure die wel handig kan zijn voor dit onderzoek. Aangezien er telkens volgens een vaste procedure getest zal worden, is het goed mogelijk om de verschillende uitkomsten met elkaar te vergelijken. Binnen het Saxion gaat de voorkeur uit naar deze ISO-norm. Hierom wordt deze norm als richtlijn gebruikt bij het opstellen van de wastest.

De ISO-norm is als volgt:

  1. Bereid de wasvloeistof voor door vier gram wasmiddel op te lossen per één liter water. Voor bepaalde testen moet de pH van het water gemeten worden. De pH moet gemeten worden bij een watertemperatuur van 20℃.
  2. Voor proeven waarbij een bleekoplossing wordt gebruikt, mag deze niet warmer zijn dan 60℃ en niet langer dan 30 minuten worden gebruikt.
  3. Voor de D3S en D3M testen moeten stoffen toegevoegd worden om het juiste chloorniveau te bereiken.
  4. Schenk het water met het wasmiddel in elke container die gebruikt gaat worden bij de test. Verwarm het water tot in twee graden van de aangegeven temperatuur. Plaats ook de sample en het opgegeven aantal stalen ballen (zie bijbehorende tabel) in de container. Plaats de container in de machine. Stel daarna de machine in op de aangegeven temperatuur. Laat het programma lopen volgens de aangegeven tijd in de tabel.
  5. Voor de testen D2S en E2S gelden andere regels, namelijk dat de temperatuur 60℃ moet zijn en dat de tijd gemeten moet worden vanaf het moment dat de container dicht zit.
  6. Spoel na de test de sample twee keer één minuut uit in een bakje met 100 ml water van 40℃. Verschoon het water tussen de twee spoelbeurten.
  7. In landen waar aan het eind van de test de samples moeten zuren kan de volgende handeling worden uitgevoerd:
    Behandel elke sample gedurende één minuut in 100 ml azijnzuur van 30℃. Spoel daarna de sample uit gedurende één minuut in 100 ml water van 30℃.
  8. Probeer zoveel mogelijk water uit de samples te krijgen.
  9. Hang de samples te drogen in de lucht die niet warmer is dan 60℃.
  10. Bepaal de kleurverandering van het monster.
  11. Als er getest is bij temperaturen die anders zijn dan de temperaturen die aangegeven staan in de tabel, dan dient dit gedetailleerd in een bijgevoegd rapport beschreven te staan.
    (Siteworkers BV, 2017)2)

Aangezien deze ISO-norm bedoeld is om de kleurvastheid van textiel te bepalen, zijn een aantal stappen of onderdelen niet van toepassing op dit onderzoek. Binnen dit project wordt er getest of de geleiding na het wassen is aangetast. Als gevolg hiervan is, in overleg, besloten om de ISO-norm niet exact te volgen. Binnen deze ISO-norm wordt een aantal metingen verricht die alleen betrekking hebben op kleur. Deze metingen zijn niet relevant voor dit onderzoek en worden derhalve geschrapt. De stappen die geheel of gedeeltelijk geschrapt worden binnen deze test zijn stap 1, stap 2, stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, stap 7 en stap 10.

De reden dat stap 1 aangepast wordt, is dat het voor deze test niet van belang is wat de pH-waarde van het water is. De tweede stap wordt geschrapt, omdat er geen gebruik gemaakt zal worden van bleekoplossingen. Gezien het feit dat dit geen D3S, D3M, D2S en E2S test is, vervallen ook stap 3 en 5. Bij stap 4 hoeft het water met het wasmiddel erin niet eerst opgewarmd te worden voordat de sample erin gaat. Het gaat namelijk om de aanraking met water en de bewegingen in de machine. Het water hoeft niet perse meteen al op temperatuur te zijn.

Voor stap 6 wordt de sample alleen uitgespoeld onder een stromende koude kraan. Het al dan niet stromen van het water en de temperatuur hebben invloed op het kleurbehoud, maar niet op de geleiding. Aangezien er bij deze test niet met zuren gewerkt gaat worden, komt stap 7 te vervallen. Stap 10 is ook aangepast, omdat er niet naar kleur gekeken wordt, maar naar de geleiding. Er wordt op verschillende momenten genoteerd wat de weerstand van de sample is. Zodoende kan er achterhaald worden of deze weerstand zal veranderen na het wassen.

Mathis Labomat.

Binnen deze test wordt er gewassen met de Mathis Labomat. Er wordt een programma gedraaid op 40℃. Deze temperatuur is gekozen in overleg met de  medewerkers binnen het lectoraat. Aangezien het doel van dit project is om een gordijn te ontwikkelen, viel al snel de beslissing om een wasprogramma van 30℃ of 40℃ te kiezen. Bij de ISO-norm zit echter een tabel met wasvoorschriften en -tijden. De laagste temperatuur die beschreven staat in deze tabel is 40℃. Voor de wasduur is gekozen voor een periode van 45 minuten. Aangezien in dezelfde tabel ook tijden beschreven staan, en men de keuze heeft tussen 30 en 45 minuten, is er gekozen voor de langste duur. Door de sample langer bloot te stellen, kan er beter achterhaald worden of er extra weerstand zal ontstaan (Siteworkers BV, 2017)3).

De volgende stappen worden ondernomen bij de wastest:

  1. Stop de sample in de container.
  2. Voeg 1.25 g wasmiddel toe.
  3. Stop 10 roestvrijstalen balletjes in de container.
  4. Voeg 250 ml water toe.
  5. Plaats de containers met de samples in de machine.
  6. Zet de machine aan.
  7. Stel de temperatuur in om 40℃ met een duur van 45 minuten.
  8. Laat het programma lopen.
  9. Zodra het programma is afgelopen: haal de containers uit de machine.
  10. Spoel de samples onder stromend water af; hierdoor verwijdert men de zeepresten.
  11. Pers het water met de hand uit de sample. Verwijder hierbij zoveel mogelijk water.
  12. Laat de samples drogen (eventueel in de droogkast op 60℃).
  13. Meet de weerstand van de samples en noteer deze.

Een extra notitie bij punt 13 is om, na de wastest, eerst het geheel op het oog controleren. Het is belangrijk om te kijken of het geprinte materiaal nog altijd netjes op het textiel zit. Daarnaast dient men ook te controleren of er geen beschadigingen zijn ontstaan waardoor er mogelijk kortsluiting op kan treden. Als laatste dient men met de multimeter de weerstand te meten.

Buigtest
Voor het Saxion heeft Maurits Marks een cyclische buigmachine ontworpen. Deze machine is ontworpen voor het testen van de betrouwbaarheid van elektronica op textiel. Met deze machine kunnen samples in een vooraf aangegeven aantal bewegingen worden gebogen. Hiermee wordt gebruik van een voorwerp gesimuleerd. Op deze manier kan gekeken worden hoe het geleidende materiaal zich houdt en of het allicht slijt. Hiermee kan de levensduur geschat worden en kan er gekeken worden of deze acceptabel is. Indien de levensduur onacceptabel is, kunnen er aanpassingen aan de sample worden gemaakt alvorens deze opnieuw te testen.

Buigmachine met controle paneel en laptop voor gegevensanalyse.

In de machine worden de samples vastgeklemd. Het vastklemmen gebeurt door één of meerdere samples in de machine te plaatsen. Daarna wordt er een latje aan de andere kant van de sample geplaatst en deze wordt vast gedraaid met vleugelmoeren. Nu zit de sample tussen twee latjes ingeklemd en is deze bevestigd aan de machine. Het is eventueel mogelijk om de weerstand te meten van de draden in de sample. Er is echter wat mis met de meetapparatuur; hierdoor worden deze gegevens niet doorgestuurd naar de computer.

Bij de machine kan ingesteld worden hoeveel cycli er afgewerkt moeten worden. Een cyclus bestaat uit van het nulpunt onderaan naar voren draaien, naar achteren en weer terug naar het nulpunt. Hierbij is het aantal graden dat naar voren en/of naar achteren gedraaid moet worden in te stellen. Voor beide kanten is dit apart in te stellen. Als het aantal opgegeven cycli is behaald, dan stopt de machine.

Daarnaast wordt door Maurits aangeraden om iets van een gewicht aan de sample te hangen. Hierdoor wordt de sample naar beneden getrokken en slingert deze niet heen en weer. Tevens wordt er door dit gewicht voor gezorgd dat de sample steeds op verschillende plekken wordt gebogen. Bij deze test wordt er gebruik gemaakt van lijmklemmen die als gewicht dienen. Deze klemmen wegen 100 gram per stuk. Op deze manier hangt er een gewicht van 100 gram aan de sample (Maks, 2014)4).

Er is in overleg met het lectoraat bepaald dat er totaal 10.000 cycli worden uitgevoerd. Doordat de meetinstallatie niet werkt, is er besloten om na 1.000 cycli handmatig de weerstand te meten. Samen met de andere meetmomenten leidt dit tot een duidelijk overzicht. Hierin kan eventueel afgelezen worden wat het verlies van geleiding is.